Sprookje
... Ze bakten zoete broodjes en in hun voorraadkamertjes bewaarden ze champignonpasta en kabouterwijn. Ze leefden daarom erg tevreden. De Peelmensen waren blij met hun Peelkabouters. Ze kregen er lekkere en voedzame paddestoelen van. Maar eens brak er een tijd vol rampspoed aan. De Peelkabouters waren triest gestemd en wilden wegtrekken uit De Peel. In verslagenheid kwamen ze met de Heer van Horst bijeen ...
... Toen stond er een Peelmanneke op dat Kabouter Wijsneus heette. Hij legde zijn vinger tegen zijn neus en keek rond. "Ik heb een voorstel", zei hij. Het was een historisch moment. Vele eeuwen later zouden de mensenvaders en -moeders en kaboutervaders en -moeders het nog aan hun kinderen doorvertellen ...
... Dit is een verhaal uit een ver verleden. Het speelt zich af in de oudheid, nog voor ridder Florken in de middeleeuwen zijn kasteel bouwde aan de molenbeek in Horst ...
... In hun kleine behuizingen zaten nette voordeuren, gemaakt van gevlochten biezen. En achter die voordeuren had je meteen een woonkamertje met een piepklein alkoofje. Daarin sliepen ...
... De mensen van toen wisten best wel dat er Peelmannekes waren. Kabouters zijn namelijk erg spraakzaam als je ze tegen komt. Luide stemmetjes klinken op in hun fleurige tuintjes. Voor ze afscheid van je nemen, maken ze altijd een deftige buiging en zeggen dan ...
... De Peelmensen waren erg blij met hun kabouters. Ze kregen er lekkere en voedzame paddestoelen van. De wijsheid en goedheid van die kleine Peelmannekes en Peelvrouwkes betekende veel ...
... Op een avond na een heerlijke zonnige zomerdag ontstond er echter onenigheid over een paar uit de kluiten gewassen gelukzoekers uit het dorp. Ze hadden gehoord dat Peelmensen welvaart en tevredenheid dankten aan kaboutervoedsel ...
... Je zag overal onrustige gelukzoekers en hier en daar kringelde de rook omhoog tussen de struiken. De paddestoelenhofkes werden vertrapt ...
... Op een nevelachtige herfstavond ging de Heer van Horst met zijn raadgevers in het geheim naar de plaats die bekend stond als de Elfenbank. Het was dompig weer, de nevel lag laag over de velden en de maan bescheen spinnerag dat zwaar hing onder de dauw ...
... Ook de baas van de Peelmannekes schraapte zijn keel. Hij streek over zijn lange witte baard, snoot plechtig zijn neus in zijn mooie zakdoek en zei ...
... Toen stond er een Peelmanneke op die kabouter Wijsneus heette. Hij ging op een boomstronk staan en vroeg om stilte. Hij legde zijn vinger tegen zijn neus en keek rond. "Ik heb een voorstel", zei hij ...
Wil je meer lezen over de Peelkabouters, koop dan het sprookjesboek bij één van onze verkooppunten.